Twitter Facebook Linkedin

Bescherm uw zeugen en biggen tegen de gevolgen van hittestress

Als varkenshouder heeft u tijdens warmteperioden extra uitdaging succesvol te blijven. In de periode van circa mei tot en met september krijgen de dieren te maken met enige vorm van hittestress. Dit wordt veroorzaakt door hoge temperaturen, een hoge luchtvochtigheid of een combinatie van beide factoren. Als gevolg van hittestress komen het welzijn en de prestaties van uw zeugen en biggen onder druk. De varkens nemen vaak minder voer op waardoor de groei en/of melkproductie afnemen, de conditie en vruchtbaarheid teruglopen en de kans op uitval toeneemt.

Niet alleen instraling, de buitentemperatuur en luchtvochtigheid hebben invloed op het klimaat in de stal maar ook de varkens zelf produceren extra warmte. Om de gevolgen van hittestress zo veel mogelijk te beperken geven wij u onderstaande tips.

Voermaatregelen

Om uw zeugen tijdens de warmteperioden extra te ondersteunen passen wij tijdelijk onze ‘zomermaatregelen’ toe in het voer. Dit helpt de zeugen bij het reguleren van de lichaamswarmte (zowel het kwijtraken van de warmte als het beperken van de interne warmteproductie) en geeft extra weerstand/vitaliteit mee middels een vitamine-boost. Ten slotte voegen we aan onder andere de lacto- en dekstalvoeders uit voorzorg een schimmelremmer toe.

  • Pas de voertijden aan. Voer ‘s ochtends vroeger en tegen de middag de 2e voerbeurt.
  • Hanteer een vlakker voerschema in de kraamstal.
  • Verlaag het droge stof percentage bij brijvoedering.
  • Voorkom bederf van voer: maak de voerbakken indien nodig schoon en laat de voerbakken elke dag leegkomen. Zorg voor maximale versheid en smaak van het voer. Laat ook de silo’s regelmatig leegkomen, maak ze tijdig schoon en behandel ze eventueel met Propshot.
  • Om de loopeigenschappen van het voer te verbeteren kunnen silo’s uitgevoerd worden met kloppers. Deze worden aangestuurd wanneer de vijzel onvoldoende product aanvoert.

Water

  • Beperk zo nodig de voergift, maar houd de absolute watergift minimaal gelijk.
  • Controleer de waterkwaliteit extra.
  • Zorg dat drinknippels voldoende water afgeven (kraamstal minimaal 2 liter per minuut, dracht 0.8 l/min en biggen 0.6 l/min).
  • Geef de biggen bij de zeug extra water (in biggenkommen of via nippel).
  • Geef de zeugen extra water bij van 3 dagen vóór t/m 3 dagen ná werpen.

Klimaat in de stal

  • Reinig de ventilatoren, luchtkokers, inlaatfilters en luchtwasser.
  • Check de capaciteit en werking van de ventilatoren en automatische diafragma.
  • Controleer de luchtverdeling in de stal (rookproef).
  • Controleer op leklucht. Indien leklucht geconstateerd wordt, direct afdichten.
  • Zorg voor voldoende en zo koel mogelijke luchtinlaat; voer de lucht zoveel mogelijk via de schaduwzijde van de stal aan.
  • Gebruik een vernevelaar om binnenkomende lucht te koelen. Sproei het dak eventueel nat als de dakisolatie onvoldoende warmte tegenhoudt.
  • Schakel over op boven-afzuiging om de luchtverplaatsing te vergroten of te sturen.
  • Voorkom directe instraling, scherm ramen af met isolatiemateriaal of kalk deze wit.
  • Schakel de vloerverwarming en/of biggenlampen tijdig uit.
  • Zorg voor voldoende frisse lucht bij de kop van de zeug.

Management

  • Voer dierbehandelingen en werkzaamheden in de stal zoveel mogelijk ’s morgens uit.
  • Voorkom te vette zeugen. Voer een conditiescore uit.
  • Begin tijdig met de bestrijding van vliegen om een ware plaag te voorkomen.
  • Neem maatregelen om de kans op storing door bliksem of inductie te verkleinen.
  • Controleer en test het alarmsysteem.
  • Controleer en test de noodstroomapparatuur.

Foto: MS Schippers


Lees ook: